|
Photo credit: Anusha Barwa via Unsplash Bruno Lowagie schrijft regelmatig korte verhalen die gepubliceerd worden in magazines en op websites in binnen- en buitenland. In het voorjaar van 2025 komt een verhalenbundel van hem uit bij de Gentse uitgeverij Poespa Producties, met daarin zijn beste vertellingen door de jaren heen. Bruno bezorgde mij voor Verhalen uit vreemde oorden het fijne verhaal hieronder. Bedankt, Bruno! ROMEO DE HOND EN JULIA DE KAT
‘Ik kan niet wachten tot de lockdown voorbij is,’ zegt Julia. ‘Ik haat het virus!’ De witte kat zit hoog op een balkon en miauwt naar Romeo, haar buurhond. ‘Wat vind je er zo erg aan?’ vraagt de zwarte hond vanuit zijn achtertuin. ‘Ik hou van de lockdown. Ik beleef de beste tijd van mijn leven.’ ‘Je maakt een grapje, niet?’ jammert Julia. ‘Ik doe echt mijn best om mensen te tolereren, maar dit is gewoon te veel. Ik kan er niet meer tegen!’ ‘Maar we krijgen eindelijk de aandacht die we verdienen nu de mensen huisarrest hebben!’ ‘Zoveel aandacht heeft een kat niet nodig, Romeo, integendeel!’ ‘Ze gaan meerdere keren per dag met mij wandelen. Ze zijn er altijd als ik hen nodig heb. Is dit geen fantastische tijd om een huisdier te zijn?’ ‘Niemand hoeft met mij te gaan wandelen,’ gromt Julia. ‘Ik laat mezelf wel uit. Ik heb niets van een mens nodig, behalve een schone kattenbak en mijn dagelijkse blikje kattenvoer.’ ‘De kinderen zijn nu ook meer thuis,’ gaat Romeo verder. ‘Het is toch altijd leuk als de kinderen er zijn.’ ‘Breek me de bek niet open over kinderen,’ sist Julia. ‘Waarom niet? Ze houden van spelen. Er vallen meer restjes van tafel als ze thuis zijn. Ik ben al twee kilo aangekomen sinds het begin van de lockdown.’ ‘Heb je al eens bekeken hoe ik eruit zie? Ik kan zo toch niet buiten komen, of wel?’ ‘Je ziet eruit als een prinses met dat mooie roze jurkje en die glimmende tiara,’ antwoordt Romeo. ‘Dat is de perfecte outfit voor een avondje uit.’ ‘Je weet duidelijk niets over hedendaagse kattenmode,’ zegt Julia. ‘Met Pasen was het nog erger. Toen staken de kinderen me in een konijnenpak en zetten ze konijnenoren op mijn hoofd. Ik was zo beschaamd! Ik ben een roofdier, Romeo, geen vegetarische viervoeter!’ ‘Ik moet toegeven dat ik toen ook even in de war was,’ geeft Romeo toe. ‘Ik heb je toen achterna gezeten omdat ik dacht dat je een lekker hapje was. Je had geluk dat de kinderen me op tijd tegenhielden. Zie je wel! Kinderen zijn nog de slechtste niet. Ze hebben je leven gered.’ ‘De slechtste niet? Ze zijn verschrikkelijk! Ze laten me geen seconde met rust. Dit balkon is de enige plaats waar ik aan hen kan ontsnappen. Ik wed dat ze dit eigenste moment naar mij op zoek zijn om nog meer martelingen op mij uit te proberen.’ ‘Buurvrouw?’ zegt plots een mensenstem vanaf het balkon waar Julia met haar lange roze jurk worstelt om naar binnen te vluchten, op zoek naar een plekje om zich te verstoppen. ‘Buurvrouw, kunt u mij horen?’ herhaalt de stem, luider nu. Emma zit te lezen in de tuin die ze met Romeo deelt. Ze kijkt op van haar boek en legt haar koptelefoon neer. ‘Oh, hallo Francesca!’ zegt ze. ‘Wat is er aan de hand?’ ‘Heb je niet gemerkt dat jullie hond al een half uur naar mijn poes blaft?’ ‘Ja, en dan?’ antwoordt Emma. ‘Ik vond het geblaf van Romeo tijdens de eerste dagen van de lockdown flink vervelend, maar ik raakte eraan gewend. Bovendien doet deze headset wonderen. Ik had je bijna niet horen roepen.’ ‘Ik kan niet wennen aan al dat lawaai. Ik wil er ook niet aan wennen.’ ‘Ach, de lockdown blijft niet eeuwig duren.’ ‘Ik hoop van niet, maar kan je in de tussentijd proberen Romeo stil te houden?’ ‘Dat zal niet nodig zijn. Hij is al gestopt met blaffen. Hij hield ermee op zodra Julia naar binnen vluchtte.’ ‘Ah, Julia,’ zucht Francesca. ‘Ze is de hele toestand net zo beu als wij.’ ‘Romeo vindt de lockdown geweldig. Hij houdt van al de aandacht nu we allemaal thuis moeten blijven. Hij kan er geen genoeg van krijgen.’ ‘Hij lijkt wat dat betreft op Erik.’ ‘Haha, daar weet ik alles van.’ ‘Is Johan ook zo bij jou?’ 'Nee, ik bedoel dat jullie slaapkamerraam altijd openstaat. Ik hoor het altijd als Erik er geen genoeg van krijgt.’ Francesca bloost, maar voor ze iets kan zeggen komt Erik komt bij haar op het balkon staan. ‘Hoi buurvrouw,’ begroet Erik Emma. ‘Lekker aan het zonnen in de tuin?’ ‘Ja, het is er het ideale weertje voor.’ Vanaf het balkon kijkt Erik recht in Emma’s decolleté. ‘Kom, Erik,’ maant Francesca haar man aan. ‘Laten we naar binnen gaan, de kinderen hebben nog heel wat schoolwerk voor de boeg.’ ‘Daar heb ik hen net mee geholpen. Ze zijn er bijna klaar mee. Ze hebben hoogstens nog vijf minuutjes werk.’ ‘Bijna klaar is nog niet helemaal klaar, Erik!’ ‘Ik denk dat ik ook eens ga kijken wat de kinderen aan het doen zijn,’ zegt Emma. ‘Doei!’ Vijf minuten later blaft Romeo door een opening in de haag naar Lennert en Rune, de kinderen van de buren. De voorbije weken hebben hun ouders, Francesca en Erik, verschillende klusjes in huis gedaan. Er staat nog een restje witte verf in het schuurtje achter in de tuin. Omdat Romeo hen irriteert, nemen de kinderen een kwast en schilderen ze zijn neus wit. Romeo snuift en proest. Hij rent zijn eigen huis in op zoek naar troost. Anna, de zestienjarige dochter van Emma en Johan, loopt meteen de tuin in. ‘Waarom hebben jullie de neus van onze hond wit geverfd?’ schreeuwt ze door de haag heen. ‘Hij blafte tegen ons, Anna,’ antwoordt Lennert. De jongen heeft nu al spijt van wat hij deed. Hij is verliefd op Anna, die een jaar ouder is dan hij. ‘Hij irriteerde ons,’ voegt Lennerts jongere zus Rune toe. ‘Hij verdiende het.’ ‘Je moet onze hond niet plagen,’ zegt Anna. ‘Wij nemen wraak!’ ‘O ja?’ vraagt haar kleine broertje, Liam. ‘Gaan we iets met Julia doen!’ ‘Waag het niet,’ roept Emma, die het hele gesprek heeft afgeluisterd. ‘Denk je dat we dat niet durven?’ daagt Liam zijn moeder uit. ‘Stil, Liam,’ fluistert zijn zus. ‘Maak mama niet boos. We vinden wel een manier om Lennert en Rune een poets te bakken.’ Die avond kijken Anna en Liam geen tv. Ze besluiten buiten te spelen. ‘De lockdown heeft een aantal voordelen,’ zegt Johan tegen zijn vrouw. ‘Wanneer speelden Anna en Liam voor het laatst samen?’ ‘Dat kan ik me niet eens herinneren,’ zegt Emma. ‘Ik hoop dat ze geen ondeugd in de zin hebben.’ ‘Maak je toch geen zorgen. Wat voor kattenkwaad zouden ze in de tuin kunnen uitrichten?’ ‘Nou, dat bijvoorbeeld,’ zegt Emma, en ze wijst naar Liam die plots in de woonkamer staat. ‘Wat is er met jou gebeurd?’ vraagt Johan. ‘De kat van de buren heeft mij gekrabd,’ zegt de jongen. ‘Het doet geen pijn, hoor,’ probeert hij zijn vader te overtuigen. ‘Anna heeft het al gedesinfecteerd.’ ‘Gedesinfecteerd?’ zegt Emma. ‘Je ziet eruit alsof je in een bad met Mercurochroom bent gevallen. Je ziet helemaal rood.’ ‘Wat is daar zo grappig aan?’ vraagt Emma wanneer Anna lachend binnen komt. Een tel later weerklinkt de gillende stem van Francesca vanuit de achtertuin. ‘Wat hebben ze gedaan? Wat hebben ze gedaan?’ roept hun buurvrouw. ‘Kinderen, wat hebben jullie gedaan?’ vraagt Johan streng. Romeo zijn lach niet inhouden wanneer Julia op haar balkon verschijnt. Emma en John hebben zijn neus geschrobd met water en zeep. Alle sporen van witte verf zijn verdwenen. Julia is echter een lust voor het oog. ‘Heb je te lang in de zon gelegen?’ vraagt Romeo. ‘Je bent zo rood als een kreeft!’ ‘Je weet goed genoeg wat Anna en Liam met me gedaan hebben,’ moppert Julia. ‘Het zal weken duren voor mijn mooi pelsje weer wit is.’ ‘Bekijk het van de positieve kant,’ lachte Romeo. ‘Anna vertelde dat een bad van Mercurochroom een nieuwe modetrend is. Gedaan met de roze jurkjes. Je bent helemaal mee met de nieuwste mode.’
0 Opmerkingen
Laat een antwoord achter. |
AuteurFinn Audenaert rapporteert uit randgebieden van Archives
Januari 2025
Categories |
RSS-feed